Triviant        

                                                                        ccbaalkamer, trivianten met een glimlach

Moppen I

Sneeuwitje loopt door het bos en roept: "Ik ben de mooiste van het land."
De dwergen lopen door het bos en roepen: "Wij zijn de kleinsten van land."
De trol loopt door het bos en roept: "Ik ben de lelijkste van het land."
Ja dat kunnen we wel zeggen maar we weten toch niet of het waar is?
Laten we naar de oude tovenaar gaan en vragen of het waar is. Sneeuwwitje gaat naar binnen en komt even later naar buiten en zegt: "Ja, ik ben de mooiste van het land. De dwergen doen hetzelfde en zeggen: "Ja wij zijn de kleinsten van het land.
De trol doet het zelfde en komt naar buiten en zegt: 'Godverdomme wie is prins Willem Alexander?!"

Komt een dronken man bij de muziek handel en zegt: "Ik wil die rode trompet en die witte mondharmonika" Zegt de verkoper: "M'n brandblusser kan je meenemen maar me CV blijft staan".


Op het ministerie van Buitenlandse Zaken vraagt een journalist aan minister Van Mierlo: "Hoeveel ambtenaren werken hier nu eigenlijk?" zegt Van Mierlo: "Iets meer dan de helft."


Sam opent een winkel tegenover een grote supermarkt. Op een ochtend staat op de supermarkt geadverteerd: Roomboter 1,49. Meteen hangt Sam een bord op: Roomboter 1,29. De volgende dag hangt er bij de supermarkt een bord: Roomboter 99 cent. Sam hangt op: Roomboter 69 cent. Op de derde dag adverteert de supermarkt met: Roomboter 49 cent. En Sam hangt een bord op: Roomboter 29 cent. Dan stapt de direkteur van de supermarkt op Sam af: "Wat zijn we nou aan 't doen met die roomboter?" "Wat jij aan het doen bent, weet ik niet," zegt Sam, "maar ik verkoop geen roomboter."


Moos komt bij het woningbureau. Hij zegt: "Ik zoek een woning." Zegt de ambtenaar: "Heeft u een urgentieverklaring?" "Nee," zegt Moos. Zegt de man: "Komt u dan over twaalf jaar maar terug." Vraagt Moos: "'s Morgens of 's middags?"


Een vliegtuig stort neer in de jungle. De enige overlevende is John Woodhouse. Samen met zijn accordeon begeeft hij zich op weg naar de bewoonde wereld. Plots komt er een leeuw aanstormen. John Woodhouse begint op zijn accordeon te spelen, en de leeuw doet hem niks. Even later komt een tweede leeuw aanstormen. John Woodhouse begint nog wat harder te spelen, en ook deze leeuw doet hem niks. Dan komt er een derde leeuw aanstormen. John Woodhouse gaat nog harder spelen, maar de leeuw blijft doorlopen en vreet hem helemaal op. Zitten er twee apen in de boom. Zegt de ene tegen die andere: "Ik heb het je toch gezegd. Als die dove straks komt: die heeft hem!"


Er komt een konijn bij de bakker en vraagt: "Bakker, heeft u ook worteltjestaart?" "Nee, het spijt me," zegt de bakker, "worteltjestaart heb ik niet." De volgende dag komt het konijn weer langs en vraagt: "Bakker, heeft u worteltjestaart?" "Nee," zegt de bakker, "worteltjestaart heb ik niet." Elke dag komt het konijn om worteltjestaart zeuren, en de bakker wordt het zo zat dat hij een worteltjestaart bakt. Als de volgende dag het konijn weer langskomt, vraagt 'ie: "Bakker, heeft u worteltjestaart?" "Ja," zegt de bakker. Zegt het konijn: "Vies hé?"


's Ochtends gaat Ria Lubbers uit rijden met de spiksplinternieuwe auto van Ruud. Als Ruud 's avonds thuis komt, zegt Ria: "Ik heb een goeie en een slechte mededeling. Ik begin maar met de goeie mededeling: de airbag in onze nieuwe auto doet 't prima..."


Saar en Moos wandelen door een weiland. Plotseling valt Saar in een sloot. "Help, help," roept Saar. Zegt Moos: "We hadden afgesproken: we halen geen oude koeien uit de sloot."


Een breedbek-kikker loopt door de wei en komt een paard tegen. Pratend met zijn brede bek, vraagt de kikker aan het paard: "Wat eet jij zo de hele dag?" "Gras," zegt het paard. "O," zegt de breedbek-kikker, "da's interessant". En hij loopt weer door. Komt 'ie een konijn tegen en vraagt: "Wat eet jij zo de hele dag?" "Klavertjes," zegt het konijn. "O," zegt de breedbek-kikker, "da's interessant". En hij loopt weer door. Komt 'ie bij een ooievaar. "Wat eet jij zo de hele dag?" vraagt de breedbek-kikker. "Breedbek-kikkers," zegt de ooievaar. Zegt de breedbek-kikker met een toegeknepen mondje: "Nóóit van gehoord!"


Een man moet in de druk café even naar de WC. Om te voorkomen dat zijn zojuist getapte pilsje wordt opgedronken, zet hij er een briefje bij. Op het briefje staat: "Ik heb erin gespuugd." Als de man terugkomt van de WC ziet hij dat zijn pilsje er nog staat. Het briefje met "Ik heb erin gespuugd" staat er ook nog. Alleen heeft iemand erbij geschreven: "Ik ook."


Sam komt Moos tegen. Zegt Sam tegen Moos: "Hé Moos, wat zie jij er slecht uit." Zegt Moos: "Ja vind je het gek. Werk in de haven, sjouwen, om vijf uur beginnen, om drie uur weer thuis..." Vraagt Sam: "Goh Moos, hoe lang doe je dat al?" Zegt Moos: "Ik moet maandag beginnen."


Een agent loopt langs de gracht. Opeens ziet hij een man in de gracht spartelen die roept: "Help, help, ik verdrink." Zegt de agent: "Da's maar goed ook: anders kreeg je een prent, want je mag hier niet zwemmen!"


Er komt een vertegenwoordiger in stofzuigers langs bij een boerderij. Hij belt aan, de boerin doet open. De vertegenwoordiger begint te praten: "Dag mevrouw, ik ben vertegenwoordiger van hele goede stofzuigers: die zuigen echt alles, maken alles schoon. En om het te bewijzen, maak ik nu uw tapijt even vuil." En de vertegenwoordiger gooit een hele doos met vuiligheid over de vloerbedekking en zegt: "Met mijn stofzuiger maak ik dat weer helemaal brandschoon. Ik garandeer u: elke korrel die blijft liggen, eet ik persoonlijk van de vloer." Zegt de boerin: "Nou begin dan maar vast te eten, want we hebben geen electriciteit."


Er komt een man bij de hemelpoort. Petrus doet open en herkent meneer Jansen meteen. Petrus zegt: "U hebt zich in uw leven nogal slecht gedragen. U komt hier niet naar binnen. Maar ik wil u een tweede kans geven. In die kamer daar staan 600 doosjes. U krijgt de opdracht om die doosjes op aarde uit te gaan delen. Ze zijn bestemd voor alle mannen die zich in hun huwelijk braaf hebben gedragen, nooit zijn vreemd gegaan, nooit teveel hebben gedronken..." ... Weet jij wat er in het doosje zat? ... Ik hoor het al. Jij hebt ook geen doosje gehad.


Een dronken man gaat naar de kermis. Bij de schiettent schiet hij in de roos en krijgt als prijs een waterschildpadje. De volgende dag gaat de dronken man weer naar de kermis. Bij de schiettent schiet hij weer in de roos en krijgt weer een waterschildpadje. De derde dag gaat 'ie weer naar de kermis, en schiet bij de schiettent in de roos. Krijgt hij als prijs een teddybeer. "Hé," zegt de dronken vent, "zijn de gevulde koeken op?"


Zegt een man bij de slager: "Slager, heeft u varkenspootjes?" Zegt de slager: "Nee, zo loop ik altijd."


Een jager leest een advertentie in de krant: unieke jachthond te koop. Hij besluit te gaan kijken. De verkoper neemt hem mee naar het hok. De jager kijkt en zegt: "Maar dat is gewoon een Labrador." "Ja," zegt de verkoper, "maar deze hond is echt uniek. We zullen wel eens even een stukje gaan jagen." De verkoper haalt zijn geweer, en de twee lopen met de hond naar het meer toe. De verkoper knalt een eend uit de lucht en de eend valt in het water. De hond loopt over het water naar de eend toe, neemt hem in zijn bek, en brengt 'm, over het water lopend mee terug naar de twee mannen. "Dat is inderdaad bijzonder," zegt de jager, "wat moet die hond kosten?" "Ja," zegt de verkoper, "hij is natuurlijk niet goedkoop: 5000 gulden." "Wat?" zegt de jager, "5000 gulden voor een hond die niet kan zwemmen?"


Een pastoor, een dominee en een rabbijn hebben een discussie: wat is een goede methode om uit te maken hoeveel van de kerkinkomsten aan God gewijd moeten worden? De pastoor zegt: "Ik weet een goede manier: we trekken een cirkel op de grond en proberen al het muntgeld er van een afstandje in te gooien. Wat buiten de cirkel valt, is voor God." "Ik weet wat beters," zegt de dominee: "We trekken een streep op de grond bij de muur en daar gooien we het geld naar toe. Alles wat tussen de streep en de muur blijft liggen, is voor God." "Dan weet ik nog wat beters," zegt de rabbijn: "We gooien al het geld in de lucht. En wat God vangt, dat mag 'ie houden."


Een parachutist springt uit een vliegtuig. Als het zover is, trekt hij aan zijn parachute. Noppes. Hij trekt aan zijn reserve-parachute. Noppes. Met een vaart dondersteent hij naar beneden. Dan komt er van onderaf iemand omhoog schieten met verbrande kleren, helemaal onder het roet... Roept de parachutist: "Heb jij verstand van parachutes?" "Nee", roept de ander, "en ook niet van gaskachels."


Jezus is teruggekeerd op aarde. Om te bewijzen dat hij Jezus is, wil de pers dat hij over het water loopt. Alle camera's staan opgesteld rond een zwembad. Jezus stapt het zwembad in en zinkt meteen als een baksteen naar de bodem. Als hij weer bovenkomt, vraagt de verslaggever: "Wat is er mis gegaan?" "Ja," zegt Jezus, "de eerste keer dat ik over het water liep, had ik nog niet van die gaten in m'n poten!"


Een soldaat komt op vrijdagmorgen bij de sergeant en vraagt verlof. "Ik ga vader worden," zegt de soldaat. Hij krijgt verlof. Na het weekend, op maandagmorgen vraagt de sergeant aan de soldaat: "En, hoe heet de kleine?" Zegt de soldaat: "Over negen maanden bent u de eerste die het weet."


Er komt een man de bank binnen. Hij loopt naar de kassier en zegt: "Geef mij eens duizend gulden, klootzak!" De kassier zegt: "Wat!?" "Je bent toch niet doof?" zegt de man, "ik zeg: geef mij eens duizend gulden, klootzak." De kassier loopt naar de bankdirekteur, en zegt: "Wat ik nou beleef: komt er een vent aan het loket, en die zegt geef mij eens duizend gulden, klootzak." "Ik zal wel 'ns even komen kijken," zegt de direkteur, en hij loopt met de kassier mee terug naar de balie. "Wat is er aan de hand?" vraagt de direkteur aan de klant. De man zegt: "Gewoon, ik zeg tegen die kassier: geef mij eens duizend gulden, klootzak." "Wie bent u?" vraagt de direkteur. "Ik ben meneer Cohen," zegt de man. "Heeft u een rekening hier?", vraagt de direkteur. "Ja," zegt de man. De direkteur zegt tegen de kassier: "Kijk eens wat er op de rekening staat van die man." De kassier kijkt en zegt: "Acht miljoen gulden." Zegt de direkteur: "Geef die man dan eens duizend gulden, klootzak."


Er komt een man bij de kapper met een enorme bos haar. De kapper vraagt wat de man wil. Hij wil kortgeknipt worden. Na een half uurtje vraagt de kapper: "Heeft u in het leger gezeten?" "Ja," zegt de man, "hoe weet u dat?" Zegt de kapper: "Ik kom net je baretje tegen."


Er komt een man in de dierenwinkel. Hij zegt: "Mag ik driehonderd kakkerlakken van u?" Zegt de verkoper: "Waar heeft u nou driehonderd kakkerlakken voor nodig?" Zegt de man: "Ik ga verhuizen: ik moet mijn huis in de oude staat terugbrengen."


Sam komt Moos tegen. Zegt Sam: "Zeg Moos, wat kijk je somber?" "Vind je 't gek?" zegt Moos: "Mijn beste vertegenwoordiger is overleden: 32 jaar oud!" "Vreselijk," zegt Sam, "wat had die jongen?" Zegt Moos: "Brabant en Limburg."


Ik zit laatst in de trein tegenover een man. De man vertelt: "Ik ggga nnnaar Hhhhilversum." "Wat ga je daar doen?" vraag ik. Hij zegt: "Ssssollocoteren." "Waar?" vraag ik. Hij zegt: "Bbbbij de KKKKRO." Ik vraag: "Als wat?" Hij zegt: "Als omroeper." Op de terugweg zie ik die man weer in de trein zitten. Dus ik vraag: "En, hoe is je sollicitatie gegaan?" De man zegt: "Kkkkklote." "Hoezo?" vraag ik. De man zegt: "Zzzze hhhebben me nnnniet aangenomen." "Nou!" zeg ik: "Waarom niet?" Zegt de man: "Ik ben niet kkkkatholiek."


Er zit een man aan de bar. Opeens haalt hij zijn glazen oog uit z'n kas en keilt 'm tegen de ruit. Het glazen oog stuitert terug op de bar en de man doet hem weer in. "Wat doe je nou?" vraagt de man naast hem. "Ik kijk even of m'n fiets er nog staat."


Sam en Saar lopen door de Kalverstraat. Saar blijft stilstaan bij een sjieke boetiek waar een mooie jurk in de etalage staat. "Vind je 'm mooi?" vraagt Sam. "Ja, heel mooi," zegt Saar. "Vind je 'm echt heel erg mooi?", vraagt Sam. "Ja, werkelijk prachtig," zegt Saar. "Nou, weet je wat?" zegt Sam, "dan gaan we morgen weer kijken."


Er komt een man bij de dokter. Hij zegt: "Dokter, ik heb het gevoel dat iedereen mij negeert." De dokter drukt op de zoemer -ééééh- en zegt: Volgende patiënt."


Er belt een collectant aan de deur. Een vrouw doet open. Het blijkt een collecte te zijn voor de vrijwillige brandweer. "Kees," roept de vrouw naar achteren, "'t is voor de vrijwillige brandweer." Roept Kees terug: "Geef ze maar twee emmers water mee."


Er zit een man aan de waterkant. Links heeft hij een emmertje met wormen staan, rechts ligt een hamer. Er komt een andere man langs die vraagt wat hij aan het doen is. "Ik ben aan het vissen," zegt de man. "Hoe doe je dat dan?" vraagt de ander. "Voor een tientje wil ik het wel vertellen," zegt de man. De ander betaalt een tientje. "Nou," zegt de man, "ik gooi een worm in het water, en zodra er een vis naar hapt, geef ik die een klap op z'n kop met mijn hamer." "Vangt dat nog wat?" vraagt de ander. "Ja," zegt de man, "een tientje of vijf, zes..."


Een Nederlandse toerist in Egypte wil eens een tocht door de woestijn maken op een kameel. Dus huurt hij een kameel, maar hij weet niet hoe hij het beest moet laten lopen. "Het is heel eenvoudig," zegt de kamelenverhuurder: "Als je `poeh' zegt, gaat hij lopen, als je `poehpoeh' zegt gaat hij harder lopen, en als je `amen' zegt, stopt hij." De Nederlander klimt op de kameel en zegt: "Poeh". En inderdaad, de kameel begint te lopen. Een eindje verder de woestijn in zegt de man: "Poehpoeh." En de kameel gaat inderdaad harder lopen. Opeens ziet de man verderop een afgrond opdoemen, maar in zijn paniek is hij vergeten wat het woord was om de kameel te laten stoppen. De man weet dat hij te pletter zal vallen en heeft nog net tijd voor een schietgebedje. Zodra hij het woord "amen" uitspreekt, staat de kameel stil. Vlak voor de rand van de afgrond! De man wist het zweet van zijn voorhoofd en zegt: Poehpoeh!"


Een tijdje terug rijd ik in Breda over de Wilhelminasingel. Dat is een weg barstensvol stoplichten. Ik stop achter een auto ideaal voor het rode licht stilstaat. Stapt die man voor me uit de auto, laat zijn broek zakken en keert zijn kont naar het stoplicht. Het stoplicht springt op groen, de man springt in zijn auto en rijdt door. Het volgende stoplicht staat weer op rood. De man voor me stapt uit zijn auto, trekt zijn broek naar beneden en keert zijn kont naar het stoplicht. Zodra deze op groen springt, rijdt hij weer verder. Bij het volgende stoplicht besluit ik hem aan te spreken. De man springt weer uit zijn auto, doet zijn broek omlaag en keert zijn kont naar het stoplicht. Nu stap ik ook uit en vraag: "Waarom doe je dat toch?" Zegt de man: "Ik moet van de dokter onder de rooie lamp, maar ik heb er thuis geen!"


De juffrouw op school vraagt aan Marietje wat ze later wil worden. "Ik wil later mannequin worden," zegt Marietje. "Maar als je daar nou te lelijk voor bent?" vraagt de juffrouw. Zegt het meisje: "Dan kan ik altijd nog schooljuf worden."


Een klein jongetje steekt in de klas zijn vingertje op. "Juf, mag ik even naar de WC?" De juffrouw bekijkt 't dreumesje eens en vraagt: "Kan jij dat wel alleen?" Waarop dat gosertje zegt: "Natuurlijk kan ik dat alleen." "Nou goed, grote jongen, ga jij dan maar." Na twee minuten komt ie terug, helemaal, maar dan ook helemaal doornat. Waarop de juffrouw prompt uitvalt: "Zie je nou wel dat je het niet alleen kan?" Maar hij, huilerig: "Ik kon het wel alleen, maar de bovenmeester moest ook en die zag me niet."


Hennie Huisman fokt graag paarden. Op een keer gaat hij naar Engeland om de befaamde paardenraces op Ashcot bij te wonen. Hij zit daar op de tribune met zijn verrekijker, als er een oude Brit naast hem komt zitten. "How are you?" vraagt de Engelsman. En Hennie stottert in zijn beste steenkolen-Engels: "I am fine." Ik ben fijn. "Who are you?" vraagt de Brit. "I am Hennie Huisman." "What's your occupation? What do you do for a living?" "O," zegt Hennie, "I fok horses." "Pardon?" vraagt de Brit. Zegt Hennie: "Ja, paarden."


Er komt een vertegenwoordiger in rukwinden bij John Bernhard. Hij maakt zijn koffer open: weg handel!


Komt een man een café binnen. Hij maakt een salto voorwaarts, een salto achterwaarts, een flikflak, gaat op de barkruk zitten en bestelt een pilsje. "Da's knap wat u daar deed," zegt de barman, "hoe kan u dat zo goed?" "Het circus is in de stad, en daar werk ik bij", zegt de man, "ik ben acrobaat." Een kwartier later komt er weer een man het café binnen. Hij maakt een driedubbele salto en een dubbele flikflak, gaat op de barkruk zitten en bestelt een pilsje. "Ik geloof mijn ogen niet", zegt de barman. De eerste man zegt: "Het is gewoon een collega van me: we hebben samen een acrobatennummer." Nog een kwartier later komt er weer een man het café binnen. Hij maakt een salto, een flikflak, voorwaarts, achterwaarts en belandt met een boog op de barkruk. Zegt de barman: "Ja, ik snap het al: u komt ook uit het circus." "Nee," zegt de man, "je mag wel eens een ander deurmatje kopen."


Twee gekken lopen door de Kalverstraat. Zegt de ene gek: "Nou wil ik wel eens in het midden lopen."


Een giraf komt terug in de dierentuin. "Wat kijk je chagrijnig?" vraagt de bewaker. "Vind je 't gek?" zegt de giraf: "Ik kom net bij de kapper vandaan. Alleen m'n nek uitscheren: 1500 gulden!"


Moos wil niet in militaire dienst. Als hij voor de keuringsarts staat, zegt hij dat hij ziek is. "Wat scheelt eraan?" vraagt de dokter. "Ik ben zwaar hartpatiënt, dokter. Ik kan geen trappen lopen." "Geeft niet," zegt de arts: "je komt bij de infanterie. Die vechten op de begane grond."


Op de kermis staat een krachtpatser die een citroen helemaal uitknijpt. Er wordt een beloning uitgeloofd voor degene die er nog een druppel uitkrijgt. Allerlei sterke mannen knijpen in de citroen zo hard als zij kunnen, maar er komt geen druppel meer uit. Dan komt er een miezerig mannetje naar voren. Hij knijpt een hele straal sap uit de citroen. Verbaasd vraagt de krachtpatser of het mannetje aan krachttraining doet. "Nee hoor," zegt het mannetje, "ik ben gewoon belastingontvanger."


Er komt een man bij de dokter en hij zegt: "Dokter, ik voel me niet zo lekker. Kunt u me niet eens onderzoeken?" "Dat is goed," zegt de dokter, "kleedt u zich maar uit." De dokter onderzoekt de man en zegt: "U bent inderdaad ziek. U heeft een hele nieuwe ziekte. Die ziekte is zo nieuw, dat er nog niet eens een naam voor is. Maar ik weet wel: het is vreselijk besmettelijk. U moet in quarantaine. U wordt helemaal van de buitenwereld afgesloten. En u krijgt een speciaal dieet: een scholletjes- en pannekoeken-dieet." Zegt de patiënt: "Een scholletjes- en pannekoeken-dieet? Waarom is dat dan?" Zegt de dokter: "Dat is het enige wat we onder de deur door kunnen schuiven."


Joop van den Ende loopt door zijn studio's in Aalsmeer. In één van de studio's ziet hij Ron Brandsteder bezig met repeteren. "Ron," zegt Joop, "kom na afloop even bij mij langs." Als Ron klaar is met repeteren, gaat hij langs bij Joop van den Ende. Die zit aan zijn grote eikenhouten bureau. "Ron," zegt Joop, "ik vind dat je goed werk verricht. Je inzet is altijd in orde, je zorgt dat je er altijd goed uitziet. Ik ga je opslag geven: vijftien gulden bruto per maand erbij." Ron Brandsteder duikt over het bureau en begint Joop van den Ende af te likken en te zoenen. Zegt Joop: "Nou ja zeg, Ron, het is maar vijftien gulden bruto in de maand..." Zegt Ron: "Joop, als ik genaaid word, wil ik zoenen ook!"